Vorige bijeenkomst met Frank heeft mij erg aan het denken gezet. Vandaag kwam hij nogmaals bij ons op bezoek. Wij mochten input geven voor zijn presentatie. Ik heb aangegeven dat ik graag meer zou willen weten over het werken met E-portfolio’s (Educatie Portfolio). Frank kwam hier dan ook op terug. Wat hij aangeeft is dat het een mooie manier van werken is wanneer kinderen zelf vragen opstellen voor hun portfolio. Dit bevordert de motivatie van de kinderen waardoor de ‘lamellen’ in het brein open staan voor leren (hierover volgt nog verdere info). Hierbij is het van belang dat er planmatig een gesprek plaats vindt over de voortgang van het portfolio. Dit gesprek kan plaats vinden aan de hand van Rubrics. Een rubric is een instrument om te evalueren, coachen en/of te beoordelen (http://www.slo.nl/downloads/rubricsals.pdf). In de ideale situatie is het kind eigenaar van het portfolio. De vraag die Frank dan ook stelt is: ‘door wie moet in de toekomst het portfolio verstrekt worden?’. Over deze vraag hebben wij enige tijd gesproken. Wij zijn van mening dat het mogelijk moet gaan dienen als een soort Linkedin-pagina welke wellicht door de overheid wordt aangeboden. Wellicht kan men hierin dan badges verdienen voor behaalde vaardigheden. Deze badges hoeven dan niet alleen door scholen uitgegeven te worden, maar iedere professional zou deze moeten kunnen geven. Hierop aansluitend zou het mooi zijn wanneer het onderwijsbudget niet meer aan scholen gegeven wordt, maar aan het kind. Het kind kan het budget dan besteden op verschillende plekken waar kennis te halen valt. Vervolgens kan de bezochte instantie d.m.v. een badge de kennis dan bevestigen. Bij deze manier van werken zou het ook niet langer noodzakelijk zijn om beoordelingen te geven (voldoende/onvoldoende). Kinderen worden ingeschaald in de gestelde rubric en kunnen zich daarbinnen bewijzen.

Tevens sprak Frank over de werking van de hersenen. In onderstaande afbeelding (Kees Vreugdehill/David A) wordt de werking weergegeven. Afbeeldingsresultaat voor how the brain learns david aIn de meest eenvoudige vorm nemen mensen de omgeving in zich op door gebruik te maken van zintuigen. Deze zintuigen nemen waar en geven zo input voor het korte termijn geheugen. Het korte termijn geheugen dient als het ware als filter. Wanneer er interessante informatie binnen komt, wordt deze normaliter doorgegeven aan het werkgeheugen. De informatie die in het werkgeheugen binnen komt wordt gekoppeld aan informatie die al opgeslagen ligt in het lange termijn geheugen (voorkennis). De nieuwe informatie wordt verwerkt en krijgt zo een plek in de archiefkast van het lange termijn geheugen. Onbelangrijke input gaat veelal al verloren in het korte termijn geheugen, maar het is ook mogelijk dat deze informatie verdwijnt in het werkgeheugen. Om te kunnen leren is het van belang dat de ‘lamellen’ van het brein open staan voor nieuwe informatie. Het openstellen van deze lamellen hangt sterk samen met intrinsieke motivatie. Bij ingrijpende gebeurtenissen is het ook mogelijk dat de stappen van het korte termijn -en werkgeheugen overgeslagen worden. Informatie kan dan direct geplaatst worden in het lange termijn geheugen. Het is mogelijk dat op een later moment de informatie nog terug gehaald wordt en dan alsnog zijn weg beloopt door het korte termijn -en werkgeheugen. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan een ernstig ongeluk.
Kinderen die leven in slechte omstandigheden komen met een volle werktafel op school. Zij hebben daarom geen ruimte beschikbaar om nieuwe kennis eigen te maken. Je kunt als leerkracht op pedagogische wijze werkruimte creëren waardoor leren toch mogelijk wordt. Op sommige Amerikaanse scholen in achterstandswijken wordt hier actief aandacht aan besteed. Zo starten zij de dag met sport en groepsgesprekken.

Categorieën: Module 4 en 7

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *