Gerelateerde afbeelding

sociale kaart

Inleiding
Uit een gesprek met de directeur van Basisschool De Boemerang (Corné van Oers) is een vraagstuk naar voren gekomen. Op De Boemerang wordt door zowel ouders als leerkrachten aangegeven dat de communicatielijnen niet helder zijn. Ouders weten daardoor niet op welk moment en via welk kanaal zij geïnformeerd worden. Collega’s merken dat zij slechts een beperkte groep ouders bereiken. Vraagstuk op De Boemerang luidt: ‘Hoe ontwikkelen we helderheid in de communicatie tussen school en educatieve partners?’

Deelvragen:
– Met wie communiceren wij als educatieve partner?
– Wat doen wij aan communicatie richting ouders?
– Op welke manier gaan wij in gesprek met educatieve partners?
Deze sociale kaart is ontwikkeld voor Basisschool De Boemerang. Er is om deze reden gezocht naar hulpverleners in Tilburg. Bij voorkeur is gekeken of er een vestiging in Tilburg Reeshof beschikbaar is. Mocht dit niet het geval zijn dan is er gezocht naar een hulpverlener in Tilburg of Brabant. De sociale kaart geeft antwoord op de onderzoeksvraag ‘Met wie communiceren wij als educatieve partner?’

Wat is een Sociale kaart?
Een sociale kaart is een overzicht van organisaties die goederen en diensten leveren op een samenhangend gebied. Zo’n samenhangend gebied is bijvoorbeeld: opvoeden, opgroeien en gezondheid. Een uitgebreide sociale kaart biedt naast organisatiegegevens als naam, adres, plaats, telefoonnummer, website,  e-mailadres en een korte bedrijfsomschrijving ook nog uitgebreide productinformatie. Een vraaggerichte sociale kaart levert de productinformatie op basis van voorgeschreven sjablonen. Op die manier kun je aanbieders en hun aanbod met elkaar vergelijken (https://www.elkander.nl/2012/10/18/nut-en-noodzaak-van-de-sociale-kaart/)

Wetgeving
Alle gezinnen krijgen gedurende de opvoeding te maken met opvoedvragen. De meeste ouders slagen er zelfstandig in om de opvoedvragen te beantwoorden. Hiermee voorkomen zij dat zij terecht komen in een opvoedingscrisis. Echter zijn er ook situaties waarbij de ouders er niet zelfstandig in slagen om de opvoedingsvragen op te lossen. Voor deze mensen is het dan ook van belang dat zij terecht kunnen bij instanties die hen kunnen ondersteunen.
De overheid is medeverantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen in Nederland. Om deze verantwoordelijkheid in de praktijk vorm te geven zijn er verschillende wettelijke kaders vastgelegd. Aan deze wetten dienen zowel burgers als de overheid zich aan te houden. Echter vallen het jeugdbeleid en de jeugdzorg onder verschillende ministeries. Deze verdeling wordt al gedurende langere tijd als probleem ervaren. Om deze problematiek te verminderen heeft het kabinet een aantal jaren geleden het ministerie voor Jeugd en Gezin opgericht. Echter zijn de meningen tot op heden nog steeds verdeeld over de manier waarop deze wet –en regelgeving het beste vormgegeven kan worden. De wetten uit het werkveld Jeugd zijn de volgende  (Burggraaf-Huiskes & Blokland, 2011):
-Wet Collectieve preventie volksgezondheid
-Wet kinderopvang
-Wet werk en bijstand
-Wet maatschappelijke ondersteuning
-Wet op de jeugdzorg

Wet Collectieve preventie volksgezondheid
Vanuit deze wetgeving vinden de verschillende controles, inentingen en voorlichtingscampagnes van bijvoorbeeld consultatiebureaus plaats. Binnen deze wetgeving vallen enkel voorzieningen waar kinderen en ouders gebruik van kunnen maken. Deze wet betreft drie deelterreinen: collectieve preventie, infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. Een belangrijke schakel binnen deze wetgeving is de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst (GGD). Deze schakel is o.a. verantwoordelijk voor het intersectorale gezondheidsbeleid. Hiervan dient iedere vier jaar een nota vastgesteld te worden. Via deze weg monitort de GGD de gezondheidstoestand van de jeugd. Het rijk is verantwoordelijk voor het stellen van landelijke prioriteiten en het onderzoeksprogramma op het gebied van gezondheid. Dit doen zij iedere vier jaar. Tevens zijn zij verantwoordelijk voor een landelijke ondersteuningsstructuur en voor de bevordering van interdepartementale en internationale samenwerkingen.

Wet kinderopvang
In de wet kinderopvang staan de eisen omtrent de kwaliteit en financiering van de Nederlandse kinderopvang beschreven. De kinderopvang is een zaak van de ouders, werkgevers en overheid. Deze wet is ontstaan om het combineren van zorg en werk te realiseren. Dit omdat de overheid van mening is dat werkende ouders een positieve bijdrage leveren aan de economie. Echter zijn zij ook van mening dat het sociaal kapitaal ook van grote waarde is. Om deze reden is het dan ook een groot voordeel wanneer deze twee factoren gecombineerd kunnen worden. De overheid probeert werkende ouders dan ook te stimuleren om hun kinderen naar de kinderopvang te brengen door een financiële tegemoetkoming. Naast deze financiële ondersteuning worden in deze wet ook de kwaliteitseisen in kaart gebracht. Deze eisen betreffen voornamelijk eisen t.a.v. veiligheid en gezondheid. Iedere gemeente beschikt over een register waarin de kindercentra beschreven staan die aan alle kwaliteitseisen voldoen.

Wet werk en bijstand
Deze wet stelt dat werken van groter belang is dan inkomen en legt de financiële verantwoordelijk met name bij de gemeenten. Het doel van deze wetgeving is dat de burgers zoveel mogelijk werken en daarmee hun eigen inkomen realiseren. Echter voor de mensen waarvoor dit onmogelijk blijkt, wordt een tegemoetkoming aangeboden vanuit de overheid. Voor jongeren en gezinnen ontneemt deze wetgeving een financiële risicofactor.

Wet maatschappelijke ondersteuning
Deze wet legt verschillende taken omtrent de zorg bij de gemeenten neer. In deze wet worden twee belangrijke zaken aangeduid: het streven om mensen met een beperking zo veel mogelijk in de maatschappij te laten participeren en het streven om de zorg zo veel mogelijk in de samenleving, buiten de instantie, aan te bieden. Door deze wet worden de gemeenten verplicht om na te denken over hun werk. Zo dienen zij bijvoorbeeld iedere vier jaar een maatschappelijk ondersteuningsplan vorm te geven. Het rijk biedt geld en ziet toe op de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning die geboden wordt. Met deze wet worden drie doelstelling nagestreefd: participatie van alle burgers in de civil society, beheersen kosten van AWBZ en het creëren van samenhang in maatschappelijke ondersteuningsvoorzieningen. Het is de bedoeling dat de burgers in eerste instantie hulp zoeken in hun eigen sociale omgeving en dat zij slechts in het uiterste geval hulp zoeken bij een instantie.

Wet op de jeugdzorg
Deze wet stelt dat iedere jeugdige recht heeft op zorg. Tevens is de jeugdzorg voor alle provincies geregeld door Bureau Jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg dient cliëntgericht en vraaggericht te werk te gaan. Hoofddoel van deze instantie is het beoordelen of een cliënt in aanmerking komt voor zorg op grond van de wet op de jeugdzorg. Daarnaast vervult deze instantie nog andere functies. De sector jeugdzorg wordt geleid door justitie en VWS. De kaders, opdrachten tot onderzoek en nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven door het landelijk jeugdbeleid. Hiermee wordt geprobeerd om een betere afstemming te realiseren tussen de verschillende ministeries.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *